Introductie

Het Institut Francais (voormalige Maison Descartes) is een cultureel centrum dat al meer dan zeventig jaar de Franse aanwezigheid in Nederland vertegenwoordigt.

Net als in alle andere steden over de hele wereld vindt u voortaan ook in Amsterdam het logo dat ons allen bijeenbrengt en dat onze belangrijkste activiteiten en doelstellingen duidelijker weergeeft; de verspreiding van de Franse cultuur in de ruimste zin van het woord, de verspreiding van de hedendaagse Franse kunst en het onderwijs van onze taal aan een breed publiek.

In het huidige Maison Descartes zijn het Institut Français des Pays-Bas en de culturele afdeling van de Franse Ambassade (sinds september 2006) gevestigd. Maison Descartes is een cultureel centrum voor de uitwisseling van ideeën en vertegenwoordigt al meer dan zeventig jaar de Franse aanwezigheid in Nederland en bevindt zich onder de erfgoedrijkdommen van Frankrijk in het buitenland.

Geschiedenis van het gebouw

De huidige locatie van het Maison Descartes heeft een grote historische en symbolische betekenis. Ze bevindt zich in een gedeelte van het voormalig "walenweeshuis", een charitatieve instelling die verbonden was met de Franstalige Protestantse Kerk. Deze calvinistische gemeenschap, zoals er velen in Nederland (toen: Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden) waren, ontstond uit de emigratie van een groot aantal protestanten uit de Spaanse en Franse Nederlanden (het huidige België) vanaf het begin van de 16e eeuw.

De leiders van de Waalse gemeenschap besloten een weeshuis op te richten om de vele slachtoffers van de antiprotestantse vervolgingen van Lodewijk XIV op te vangen. De gemeente bood de Waalse gemeenschap een grondstuk aan dat zich in die tijd aan de rand van de stad bevond.

Al gauw werd het gebouw uitgebreid met twee vleugels die de functie van tehuis voor behoeftige ouden van dagen van de Waalse gemeenschap vervulde. Door deze achtergrond is er sprake van een bijzondere culturele continuïteit: het Instituut bevindt zich in een gebouw waar al gedurende driehonderd jaar de Franse taal wordt gebruikt. 

In het andere gedeelte van het weeshuis (nummer 2 van de Vijzelgracht) bevindt zich het Consulaat-Generaal van Frankrijk.

De protestantse vluchtelingen

Rond 1560 was het nieuwe gereformeerde geloof in opkomst, eerst in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en later in de regio Antwerpen.

Door de verovering van Antwerpen door het Spaanse leger in 1585 moesten de protestanten vluchten naar Amsterdam, dat de Spanjaarden en de katholieke autoriteiten al in 1578 had verdreven. Samen met de Zwitserse waldenzen vormden zij de eerste vluchtingengolf. De tweede vluchtelingengolf kwam na de herroeping van het Edict van Nantes door Lodewijk XIV in 1685, waardoor een groot aantal hugenoten naar het protestantse Nederland moesten vluchten.

Het Weeshuis – Hospice Wallon

De Waalse weeskinderen konden niet worden opgenomen in de weeshuizen van de stad, omdat hun ouders niet over burgerschapsrechten beschikten. Zij werden als vreemdelingen beschouwd. In die tijd gold dat de gemeenschap van herkomst zich moest ontfermen over de weeskinderen. Zo stichtte de Waalse kerk haar weeshuis, het Walenweeshuis.

Het eerste “maison des pauvres orphelins wallons d’Amsterdam” dateert uit 1630 en bestond uit drie aanpalende huizen in de Laurierstraat.

Omdat het gebouw te klein was, werd er 35 jaar later besloten een nieuw, ruimer gebouw te bouwen onder leiding van de beroemde architect Adriaan Dorstman. De eerste steen werd in 1669 gelegd door Paul Godin en Sara van Raye, de kinderen van twee bestuurders van het weeshuis. Een opschrift op de schoorsteen van de zaal van de Raad van Bestuur herinnert hieraan.

Op 22 april 1671 verhuisde het weeshuis naar een nieuw gebouw aan de hoek van de Vijzelgracht en de Prinsengracht. In die tijd was alleen het hoofdgebouw gereed.

Er worden diverse schilderijen met afbeeldingen van het dagelijks leven in het Hospice Wallon tentoongesteld in het Amsterdams Historisch Museum en in het Frans Halsmuseum in Haarlem.

Het gebouw

De manier waarop het gebouw werd gebruikt verklaart de symmetrische indeling; jongens en meisjes waren namelijk geheel van elkaar gescheiden. Elke groep had zijn eigen ingang, vetrekken en slaapzalen. Er liep zelfs een muur dwars door de binnenplaats om jongens en meisjes uit elkaar te houden.

Op de begane grond lag behalve de Regentenkamer, ook de keuken in Delfts blauw, met een grote schoorsteen waar nog steeds de spreuk “God is de weesen’s vader” te lezen is. Links van de ingang bevond zich de voormalige kapel.

Op de eerste verdieping lagen de slaapzalen, de waszalen en de vertrekken van de toezichthoudsters. De bedienden woonden op de tweede verdieping.

De regenten en de regentessen

De regenten leidden de instelling, die geheel op basis van giften uit de Waalse gemeenschap functioneerde. Zij beheerden de bezittingen van de kinderen en vonden een plek voor jongens bij handwerkers of de marine, voor meisjes in naaiateliers of als bedienden van rijke Waalse families. Alle kinderen leerden lezen en schrijven in het Frans.

De vrouwen van de regenten waren een soort beheersters: ze waren verantwoordelijk voor de was, de keuken, ze letten op de hout- en etensvoorraden en deelden straffen uit…

Het Walenweeshuis werd in 1683 het Hospice Wallon, toen er een nieuwe vleugel werd toegevoegd aan de linkerzijde van het hoofdgebouw. Hier werd een dertigtal arme oudere vrouwen ondergebracht.

De andere vleugel aan de Prinsengracht, uit 1726, was bestemd voor mannen. Een bakkerij was er gevestigd, evenals een quarantainezaal voor kinderen met besmettelijke ziekten.

Met de tijd nam het aantal weeskinderen sterk af: in 1690 waren er nog 84 kinderen, 47 in 1765, 33 in 1911 en tien in 1940. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het Hospice Wallon zelfs gebruikt als schuilplaats voor enkele joodse kinderen.

Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven? Abonneer u dan op onze maandelijkse nieuwsbrief.

Op Facebook

Op Twitter